Zienswijze Maashorstboeren m.b.t. inrichting en beheerplan Maashorst

27 maart 2015

 

Kernwaarden:

  • De Maashorstboeren vinden dat het IBeP meer  gepositioneerd moet worden in de vernieuwingsrichting van BRUG (Brabant Uitnodigend Groen), de Integrale Provinciale Beleidsnotitie Natuur en Landschap 2022.  Deze nieuwe koers houdt met name in dat:
  • er synergie blijft/komt tussen economie en natuur
  • er samengewerkt met bewoners en bezoekers
  • er kosten effectiever (realisatie en beheer/onderhoud) gewerkt wordt
  • als het niet kan zoals het moet, het dan maar moet zoals het kan (flexibiliteit in doelen en aanpak)

 

  • De positie van de grondeigenaren wordt zwaar onderbelicht. Onvoldoende wordt vermeld dat ook particulieren deze EHS mee kunnen realiseren, op basis van particulier natuurbeheer. Dat is gezien de transitie in het ‘natuurdenken’ van de afgelopen 5 jaar, niet slim en een gemiste kans om maatschappelijk draagvlak (genoemd in het Manifest) tot meer dan een holle frase te maken en bovenal om snel en duurzaam met nieuwe manieren natuur te ontwikkelen in en rond de Maashorst.

 

  • In de praktijk is er geen strikte scheiding natuurkern, natuurschil en agrarische omgeving. In de kern, zowel als in de schil zitten grondeigenaren. Het is maar zeer de vraag of die in 2019 allemaal hun gronden overgedragen hebben. Het voorliggende plan kan daardoor onuitvoerbaar blijken.

 

De meeste dieren zullen (hoge hekken ten spijt) ‘grensoverschrijdend’ acteren. Dat gaat zeer

waarschijnlijk overlast geven bij mensen die er niet om gevraagd hebben (verkeer, landbouw en

bewoners) Dit aspect wordt gebagatelliseerd. Schadeloosstelling is niet helder.

 

M.b.t. de aanbiedingsbrief:

Werkwijze: Er zijn werksessies gehouden waarin expliciet is ingegaan op de wensen van gebruikersgroepen. Het Faunabeheer is daar altijd buiten gehouden. Er is weliswaar in de slotfase overleg geweest tussen de Wbe’s en SBB. Afspraken die in dat overleg werden gemaakt zijn alleen door SBB besproken in het overleg inrichting en beheer, zonder dat de Wbe’s de mogelijkheid hadden van een weerwoord. De Wbe’s hebben duidelijk aangegeven niet in te stemmen met de beperkingen t.a.v. beheer en schadebestrijding in de zgn. 1e schil (natuurschil).

 

M.b.t. het inrichtings- en beheerplan:

  1. De inleiding doet fantaserend aan. Wildere natuur misschien wel wat betreft de wisenten. Taurossen en Exmoor pony’s zijn exoten die hier van nature niet voorkomen en de schijn van een wildernisbeeld op moeten roepen, maar in feite is het puur fauna vervalsing. (zie ook onder punt b)

 

  1. 5 Managementsamenvatting

De genoemde zones, alsook de totaal 5000 ha, zijn niet vernoemd in Maashorstmanifest 2015 -2019. Het IBeP gebied kan vooralsnog niet meer zijn dat de provinciale EHS begrenzing (Natuurkern incl. natuurschil) en uiteraard horen in dit IBeP de uitstralingseffecten naar het gebied buiten het Natuur Netwerk meegenomen te worden t.a.v. water, biodiversiteit en faunabeheer.
‘De zgn. 2e schil’ met kleinschalige landbouw’: deze uitspraak legt al meteen beperkingen op aan de ontwikkeling van de bedrijven die er al van oudsher liggen.

Laat de opstellers duidelijke grenzen aangeven, zodat de eigenaren en hun buren weten waar ze aan toe zijn. Alles lijkt ondergeschikt te worden aan de natuurkern. Blijf het a.u.b. steeds de agrarische omgeving noemen en niet de 2e schil. (draagvlak!)

Natuurkern, natuurschil en agrarische omgeving is duidelijk voor alle partijen.

 

Begrazing: Het plan is om vanaf 2016 een combinatie van wisenten, taurossen en Exmoor

pony’s uit te zetten als wilde grazers.

De Maashorstboeren pleiten voor een pilot met Brandrode kudde van ca. 30 dieren in combigebied van OEHS en deel natuurkern. Het Brandrode rund heeft inmiddels bewezen een zeer geschikte groter grazer te zijn in natuurgebieden. Brandrode kunnen natuurdoelen en bijgaande vergroting van de biodiversiteit, waarmaken. Er is geen enkele onderbouwing dat genoemde exotische en of kunstmatig gefokte rassen dit beter kunnen.

 

  1. 6 Faunabeheer: daar waar geen faunabeheerovereenkomsten zijn, worden ze ook niet afgesloten: In dit geval vaart Oss zijn eigen koers, ondanks de roep om eenheid. Dit betekent ook dat de 0-stand soorten (zoals exoten en b.v. wild zwijn) op Oss grondgebied nooit beheerd zullen gaan/kunnen worden.

Voor de Maashorstboeren is dit een zeer ongewenste en een niet realistische ontwikkeling. Komen er straks overal hekken om elk gewasperceel en plastic kappen en of gaas over percelen ter bescherming van gewassen? Want dat wordt de realiteit bij overlast door wildschade.

In het hele proces zijn de Wbe’s als uitvoerder van faunabeheer onvoldoende meegenomen. De Maashorstboeren zien graag faunabeheer conform landelijke wetgeving en uniform uitvoeringsbeleid in de 4 Maashorstgemeenten.

 

  1. 6 Laatste tekstblok: er wordt gesuggereerd dat er overal voldoende subsidie voor is. Maar een echte begroting ontbreekt. Wat zijn de kosten van kuddebeheer na 2019 i.r.t. de provinciale subsidies. Zeker als er nog wordt gesproken over introductie van andere diersoorten zoals edelhert,

die een heel ander type raster vragen.  SNL subsidies liggen vaak op ca. 70 euro/ha. Voor bos en natuur. Veel te weinig om regulier onderhoud in een natuurgebied te bekostigen!

 

  1. 9 3e bolletje: Verwerving op basis van vrijwilligheid. Er worden wel beperkingen opgelegd: Welke en wat is de wettelijke basis waarop men die beperking kan opleggen? Komt er een planschadevergoeding voor mensen die niet willen verkassen en wel met belemmering in bedrijfsvoering te maken krijgen?

 

  1. 14 Kadaverfauna: Het klopt dat er allerlei organismen leven op dood materiaal. Maar dit is niet de basis van biodiversiteit. Want dan moet er een structureel voedselaanbod zijn. In dit geval een continu aanbod van dooie beesten….. Dit staat haaks op hoe boeren (wettelijk verplicht) met kadavers om moeten gaan! Dierziekten (MKZ, varkenspest etc.) kunnen hier het gevolg van zijn en vormen daardoor een grote bedreiging tot in de verre omgeving van de Maashorst. Hoe is de schadeloosstelling van de landbouw in dezen geregeld?

Het IBeP gaat ervan uit dat alle landbouwgrond (180ha) binnen het NNN gekocht of geruild kan worden. Dat is vooralsnog geen reële voorstelling van zaken met de grote druk op de grondmarkt in deze regio. Wat zijn de consequenties, als het voorgestelde (starre) plan geheel of gedeeltelijk niet uitvoerbaar blijkt om genoemde reden?

 

  1. 15: Het eindbeeld suggereert een 2e Oostvaarder plassen. In een ingerasterd gebied met beperkingen in voedselaanbod zullen dieren door honger sterven. De hongerdood is voor een dier het ergste wat er is; het betekent een tragische, langdurige en vaak pijnlijke dood. De Maashorstboeren zijn daar faliekant op tegen.

 

  1. 16: Hoe staat het met ongewenste vraat aan bomen. Als de kuddegrootte toeneemt, is er meer voedsel nodig en zal dat met name in de winter en herfstperiodes worden gehaald uit het bosbestand door schillen en het afvreten van de mineraalrijke loten.

 

  1. 17 het eerste tekstblok beschrijft allerlei kunstmaatregelen om bepaalde vegetatie terug te krijgen. Groeibescherming van de 2e boomlaag zou plaats vinden door doornstruiken als roos, braam en meidoorn. Is er geïnventariseerd hoe groot het potentieel daarvan in het gebied is. Is er voldoende basismateriaal van bv meidoorn voor natuurlijke verjonging. Het klinkt eenvoudig maar zal menselijke sturing blijven vragen.

 

  1. 18: 2e zin: Wilde zwijnen worden voorlopig als 0 –stand soort gezien. Ook in gebieden waar nu faunabeheer plaats vindt op ree, zwijn en hert, kunnen deze normaal door recreanten worden gespot. Het wel of niet kunnen spotten heeft veel met het gedrag van de recreant te maken. En niet met de hoeveelheid dieren die in het gebied leven. Het kunnen zien van 2 wisenten in een gebied van 8 ha (zie elders in het document) levert een kleine slagingskans op.

 

  1. Een voedselopportunist als de vos zal er altijd in slagen om te overleven. Een toenemende populatie trekt zijn sporen op bodembroeders maar ook op kleine knagers en amfibieën. En gezien de beperkte grootte van het gebied ( 7×5 km) kan hij in tijden van nood gemakkelijk zijn kostje buiten het gebied bij elkaar scharrelen. Zie ook opmerking onder punt- s .

 

  1. Gemakshalve wordt er in het hele document met geen woord gerept over handhaving. Het is algemeen bekend dat er nu al met grote regelmaat stroperij plaats vindt. Als het gaat om het handhaven van rust en zonering zal het aspect handhaving en de daarbij behorende kosten wel degelijk moeten worden meegenomen.

 

  1. 22 hfst. 3.3. Naar de mening van de Maashorstboeren kan de Ondernemende EHS in natuurschil en optioneel In Natuurkern, als verwerving van grond achterblijft. Dit verhoogt de realisatiekans van de Maashorst als natuurgebied.

De 54 ha OEHS worden niet in de natuurkern gepland’. Deze zin laten vervallen, want dat werkt averechts op vrijwillige karakter van grondverwerving!

 

  1. 27 2e tekstblok, hierin wordt al in de verre toekomst over mogelijkheden gesproken die op dit moment nog absoluut niet realiseerbaar zijn. Naar onze mening hoort deze passage er niet in te staan.

B.v. Edelherten vragen om een relatief hoog raster. Vergelijkbaar met de situatie op de Veluwe. Waar men nu weer juist in en uitsprongen aan het maken is om genetische uitwisseling te krijgen. Dit terwijl het Veluwegebied vele malen groter is.

 

  1. 32 Bosontwikkeling. Naast het feit dat men actief andere loofboomsoorten gaat aanplanten,

worden er diverse aannames gedaan m.b.t. graasdruk van grazers anders dan ree, om de successievolgorden te sturen. Het blijft dus een kwestie van maatwerk en regelmatig menselijk ingrijpen t.b.v. eventuele bijsturing. Met andere woorden een beperkt zelfstandig natuurlijk proces.

 

  1. 35 begint met de zinsnede dat het boslandschap zo veel mogelijk wordt overgelaten aan spontane processen, doch de daarop volgende zinnen wordt een hoeveelheid van menselijk ingrijpen opgesomd om bepaalde ontwikkelingen te sturen. Is dit niet tegenstrijdig?

 

  1. 37: Experimenteren met slimme plantstrategieën. Graag nader uitwerken. Dit klink vaag, zoiets als: als het verkeerd gaat, of niet werk verzinnen we iets anders: strategie wil zeggen: aanpak op voorhand bekend: dus geef maar aan welke mogelijkheden men waar wil toepassen.

Faunabeheer: Men praat over kern en twee schillen Fout! Er is een kern, een natuurschil en een agrarische omgeving.

In de kern is wel degelijk afschot van wildzwijn en exoten toegestaan. Dit vraagt deels een proactieve aanpak. Eerdere uitspraken over vermindering van zichtbaarheid door ‘jacht’ zijn niet relevant. Informatie naar het publiek hieromtrent dient in dit plan als actiepunt te worden opgenomen.

 

  1. 38: 1e schil of natuurschil. Populatiebeheer in een nader te bepalen rand zone.

Dat betekent dat er duidelijk kaartmateriaal aanwezig moet zijn. Wat is de grens van de natuurschil?  Een gedeeltelijk nader te bepalen schil zonder duidelijke grenzen, is niet in een meer-jaren beheerovereenkomst te vatten, zonder dat deze voor meer dan één uitleg vatbaar is.

‘Geen preventief faunabeheer t.b.v. schadebestrijding’. De overheid heeft een aantal zgn. landelijk erkende schadeveroorzakende soorten aangewezen w.o. kraai en houtduif. Deze kunnen proactief worden beheerd. Schade ontstaan door deze soorten wordt niet vergoed door het faunafonds. Schadebestrijding moet in de volle breedte van het gebied plaats kunnen vinden om enigszins effectief te kunnen zijn. Bescherming binnen de Maashorstgrenzen van deze soorten betekent dat ‘de Maashorst’ aansprakelijk is voor de ontstane schade omdat zijn niet meewerkt aan preventieve maatregelen.

M.b.t. valwild: naast mitigerende maatregen voor lagere diersoorten is voor een het ree nog steeds populatiebeheer, conform het provinciaal faunabeheerplan ( leefgebieden benadering), de beste manier gebleken. Beheer in een rand zone van slechts 25 meter is absoluut niet efficiënt.

Dieren bewegen door de gehele kern en schil en zullen op die plaatsen moeten worden ‘beheerd’ waar dit het efficiëntst kan gebeuren. En dat is per definitie niet altijd alleen maar in een buitenrandzone van 25 meter.

Voor wat betreft de schadecompensatie door de overheid: dit geld niet voor alle schades, men moet op voorhand een behandelbedrag betalen van € 300,00 voor voordat deze in behandeling wordt genomen. Met een eigen risico van €250,00

Het is zeker geen normaal maatschappelijk gegeven dat mensen zorgen voor een goede bescherming van hun eigendommen tegen schade veroorzaakt door diersoorten die door anderen worden gehouden c.q. beschermd. Zeker als het diersoorten betreft die als algemeen landelijk schadeveroorzakend worden aangemerkt.

 Zie de wetgeving hieromtrent in F en F wet Besluit beheer en schadebestrijding en de artikelen 458-459 en 460 WvS (Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, vee laat lopen in tuinen, hakbossen of rijswaarden, op enig wei- of hooiland of op enige grond die bezaaid, bepoot of beplant is, of die ter bezaaiing, bepoting of beplanting is gereedgemaakt, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.)

 

  1. 39 spreekt over de 2e schil, dit moet zijn de landbouwomgeving! Hier weer dezelfde verkeerde aannames over maatschappelijk gegeven en schadecompensatie door het rijk. Ten aanzien van de vos het volgende: Het is een cultuurvolger en predator voor lager diersoorten. Zelf is het geen prooi anders dan t.g.v. menselijk ingrijpen. Als voedsel opportunist is hij in een slecht seizoen in staat om te overleven op een mager plantaardig dieet, bv in de nabijheid van een boerderij, maar ook in de steden ( ‘patat vos’) overleeft hij moeiteloos. Om in het opvolgende seizoen zich weer te goed te doen aan dat wat de natuur hem verschaft. Eenzijdige volledige bescherming heeft dus weinig te maken met een natuurlijk proces om biodiversiteit te bevorderen maar heeft meer weg van bescherming van het recht van de sterkste.

 

  1. 40: Oss vaart een eigen koers en wil geen enkele vorm van beheer, ook niet in de kern.

Hierover is al eerdere geschreven en creëert op die manier een scheef beheer i.r.t. het volledige Maashorstgebied.

 

  1. Bijlage 1: ecologische onderbouwing begrazing: Hierin worden diverse soorten genoemd, w.o. het damhert, een 0-standsoort. En wordt gesproken over graasgedrag maar b.v. niet over de dagelijkse hoeveelheden noodzakelijk beschikbaar voedsel per individu. Zo staat er bij het ree dat het een selectieve brouwser die alleen de voedzame delen eet. Klopt maar in beperkte mate en graast niet zoals b.v. het edelhert waarvan bekend is dat de schade aan struiken en planeten veel groter is.

Ingaan op populatiebeheer d.m.v. predatie van grote grazers in een gebied van 5 bij 7 km voert wel erg ver. Nog los van het feit dat bij het toelaten van een aantal grotere diersoorten dit een heel ander raster vraag om het gehele gebied. Anders dan drie schrikdraden op 60, 90 en 120 cm hoogte.

Een aantal hoofstukken uit deze bijlagen zijn niet relevant en dienen dan ook geen onderdeel te vormen van het beheerplan. Op die manier kunnen er in de toekomst ook geen verwachtingen aan worden ontleend en zal eventuele toepassing hernieuwd onderzoek vragen.

 

Resumerend:

Het ‘nieuwe natuurplan’ gaat uit van een hoog ‘natuurgehalte’, gevoed door de introductie van diverse gebiedsvreemde grote grazers, om op die manier een wildernisbeeld te creëren en heeft een te geringe verbinding met economie!

Een continu proces van beheermaatregen zal nodig zijn om uiteindelijk in 2050 te komen tot een mogelijk eindbeeld. Dat staat haaks op het ‘zo min mogelijk of niet ingrijpen’.

Een eindbeeld dat deels leunt op aannames zonder dat alternatieve scenario’s worden geboden.

De omgeving is ondergeschikt aan het gebied en de daarin voorgestelde ‘natuurlijke’ processen.

In die mate dat zelfs het omliggende landbouwgebied wordt omgedoopt tot 2e schil. Ondanks het feit dat een deel van de bewoners hun boterham zal willen blijven verdienen op de aanwezige landbouwgronden. Schade ten gevolge van het op de Maashorst gevoerde faunabeleid moet men maar voor lief nemen. Binnen de kern is slechts beperkt faunabeheer mogelijk, liever niet dan wel, aldus de opstellers van IBeP!

Tegenstrijdig in het gehele document is het feit dat men soorten introduceert en diverse beheermaatregelen treft onder het mom van natuurlijk begeleide eenheid, maar beheer door middel van afschot zoveel mogelijk uitsluit. In feite een beheervorm waarbij er van lijden door dieren of stress, niet of nauwelijks sprake is. En mits vakkundig uitgevoerd, nauwelijks leid tot verstoring van de omgeving.

 

Het voorliggende plan wekt bij ons de indruk rechtstreeks te komen uit een in ‘beton’ gegoten natuurplan, stammend uit 2009. Dit doet geen recht aan de transitie die de afgelopen jaren ten aanzien van het denken over natuur ingezet is en de ruimte die het Maashorstmanifest in dezen biedt.

Dat is jammer, maar erger nog; een enorm gemiste kans. In die zin dat de Maashorst sneller tot een natuurgebied met internationale allure kan verworden, door slim gebruik te maken van de agrarische sector en particuliere grondeigenaren. Dit door die partijen niet uit te sluiten, maar de kans te geven mede in de natuurkern natuur te ontwikkelen op particuliere basis en daardoor ecologie te verbinden met economie. Dat maakt het plan en de onderhoudskosten ervan, niet alleen reëler haalbaar, maar vergroot tevens het maatschappelijk draagvlak en last but not least; de biodiversiteit.

 

Namens ANV de Maashorstboeren

Jan Ottens (voorzitter)